Soms vragen we ons af waarom we nou zo nodig op deze boerderij moesten gaan wonen. En soms… Weten we dat ineens weer.
Onweer.
Zodra het donker wordt boven onze boerderij loop ik in gedachten alle dieren af.
Staan de geiten en varkens in hun schuilhutjes? De konijnen in hun holen. De kippen onder het dakje bij het konijnenhol.
Staan de paarden staan in de wei? Op de omheining staat nog stroom en ik ben te laat om daar nog wat aan te doen, de bliksem is er al.
Proberen om tussen twee flitsen door naar buiten te rennen. Dan heb ik in elk geval de staldeur open en kunnen de paarden beschutting vinden. Dat is veiliger dan schuilen onder de eikenbomen, waar soms de bliksem inslaat.6
Terwijl ik mijn sneakers aanschiet – de wasbare, níet mijn nieuwe witte van Fred, want ook dát leerde ik hier – tel ik de seconden.
Het kan, als ik snel ben.
Lang geleden is Martins opa door de bliksem getroffen. Hij wilde nog snel het land in naar zijn koeien. Toen ik Martins oma ontmoette was ze al het grootste deel van haar leven alleen. Het gaat altijd door mijn hoofd als het onweert en ik nog naar buiten moet.
Het is een kwestie van seconden voor de bliksem naar beneden kan komen. Ik duw zo hard als ik kan tegen het paardenhek. Super en Taylor komen al aangelopen, onrustig op zoek naar een schuilplaats. Het hek zwaait opzij en ik ren zo hard ik kan door de stortregen naar de staldeur. Ik hoop maar dat de staldeur meewerkt en niet weer geforceerd is door een van de pony’s zoals laatst. Uiteindelijk lukt het zelfs om twee deuren open te zetten. Over de plassen heen springend sprint ik terug naar het kleine keukendeurtje. Onderweg glij ik bijna uit over het hooi dat glibberig is door de regen. De honden houden me scherp in de gaten voor het raampje en waarschuwen door zacht te blaffen.
Ik was op tijd. Het onweer voltrekt zich terwijl ik aan de keukentafel zit en mijn laptop open. De wolken zijn bruin en grijs, het dondert en flitst. De paarden staan rustig.
Vanmorgen zocht ik foto’s uit voor een interview. Ons gezin in plaatjes. Ik scrolde door oneindig veel boerderij-
avonturen. Op alle foto’s staat natuur. Onze vierjarige dansend in de regen. Onze tweejarige met een pony aan
een touw. Onze kudde paarden waartussen gevoetbald en gevliegerd wordt. De heide verderop in de straat die we oversteken om te gaan zwemmen in het bosmeer verderop.
Plaatjes van een leven dat ik heel gewoon ben gaan vinden. Waar ik me inmiddels – gênant gewoon eigenijk – soms zelfs aan erger. Op momenten dat het hard werken is voor me.
Op alle plaatjes die ik voorbij zie komen, zie ik de liefde voor deze plek en het leven dat we hier creëren.
Ik zie vooral herinneringen aan de eerste jaren hier. Inmiddels hebben onze kinderen andere interesses dan paardrijden en slootjespringen. Bijna alle dagen van de week rijden we naar de stad zodat ze zich kunstzinnig en sportief kunnen ontwikkelen.
Soms vragen we ons af of het wel kan zoals we het doen, op de boerderij wonen en werken terwijl we zo vaak naar de stad rijden. Of we er goed aan doen hier te blijven wonen met de mensen die onze kinderen aan het worden zijn.
Toch zie ik op de foto’s dat we het gevonden hebben. Het Leven in haar ultieme vorm en schoonheid. Ik leef wat ik als jong meisje voor me zag bij de verhalen die ik las. Ik herken het terug in wat mensen vertellen wat écht helpt als ze worstelen met wat de hectiek van het dagelijks leven van ze vraagt, allemaal gaan ze terug naar de basis, op de een of andere manier.
Ik blijf hangen bij een foto van mijn kinderen in de stortregen op de picknicktafel. En bekijk een filmpje van mezelf in het bos op de rug van mijn paard. Ineens weet ik waarom het me zo aantrok, het leven hier, en waarom ik – waar ik ook heen ga – altijd hier naar terug wil: Hier met de natuur en haar elementen, zon, regen, bliksem om me heen is de essentie van het leven om me heen voelen.
